Telemonitoring: de balans tussen technologie en empathie

Maria Middelares

In INFUUS 20 verscheen het dossier ‘Verpleegkunde, het beroep van de toekomst’. We zoomden in op de hervormingen die op til staan, en keken naar de praktijk. In veel zorgorganisaties nemen verpleegkundigen immers steeds vaker andere taken op zich. Zo ook in Maria Middelares, waar Veerle Hautekeete en Hannes Danckaert twee dagen per week werken als verpleegkundige. De overige tijd werken ze aan projecten zoals de digitalisering van het patiëntendossier of het opzetten van telemonitoring.

Dag Veerle en Hannes. Hoe hebben jullie de job van verpleegkundige zien veranderen doorheen jullie carrière?  

Hannes: “Ik ben begonnen in 2012, toen noteerden we de parameters nog op papier. Niet veel later werd het papierwerk manueel gedigitaliseerd, nog wat later werden parameters automatisch doorgestuurd, en nu worden ze ook automatisch in het programma ingevoerd.”  

Veerle: “Als verpleegkundige moet je altijd mee met die nieuwe verhalen. We proberen veel nieuwe technieken uit, maar stappen er ook regelmatig even snel weer vanaf. Het is levenslang leren, maar dat houdt het ook boeiend.” 

Op welke manier hebben innovaties als telemonitoring jullie dagelijkse bezigheden veranderd?  

Veerle: “Hier in het ziekenhuis zijn we tien jaar geleden al begonnen met het opvolgen van kritieke parameters vanop afstand, maar wel in huis. Bij afwijkende parameters konden we dan onmiddellijk naar het bed van de patiënt, om daar de data af te toetsen met onze klinische blik. We zijn het dus al een tijdje gewoon. Tijdens de pandemie zijn we patiënten dan thuis gaan opvolgen, op basis van een saturatiemeter en vragenlijsten. Dat was voor ons een grotere aanpassing, want we hadden wel data, maar konden onze klinische blik niet inzetten. Het was niet evident om alleen daarop af te gaan. Dat ik vandaag zowel aan het bed kan staan als projectkwerk kan doen, is een bevoorrechte positie.” 

Hannes: “Vroeger nam je ‘s morgens en ‘s avonds parameters, vandaag komen er 24 uur op 24 data binnen door sensoren. Dat geeft een continu beeld, in tegenstelling tot de puntmetingen van vroeger. We houden de parameters niet de hele dag in de gaten, maar bekijken de evolutie een keer per dag. In de toekomst willen we evolueren naar een systeem waarbij we gealarmeerd worden als waarden beginnen af te wijken, zodat we vroeger kunnen schakelen.”  

Bestaat het risico dat de menselijke zorg op de achtergrond verdwijnt door de focus op data en automatisering?  

Veerle: “Naast alle gegevens en sensoren moeten we uiteraard ook wel oog blijven houden voor de mens achter de data, zodat de zorg empathisch blijft.”  

Hannes: “Je kan een deel van de situatie filteren uit parameters, maar als je patiënt je vertelt dat het niet goed gaat, en je ziet dat ook, dan zijn dat nog steeds tekenen die je mee moet krijgen. Het is een en-en-verhaal: sensoren in combinatie met een klinische blik. Het is ook door onze job als verpleegkundige dat we de vertaling naar de ontwikkeling van nieuwe projecten kunnen maken.” 

Zijn verpleegkundigen meer tijd kwijt aan administratie door de verschuiving naar het digitale, of net omgekeerd?  

Hannes: “Bij de opstart van het EPD was er de angst dat dat tot meer computerwerk zou leiden, maar eigenlijk zien we dat de registratie van gegevens makkelijker wordt, waardoor er net meer tijd komt voor patiënten. Dat is fijn, al blijft de wens wel dat de vrijgekomen middelen in ons land geherinvesteerd worden in het verpleegkundig beroep. Verder innoveren maakt het beroep aantrekkelijker én tilt de kwaliteit van de zorg en patiëntenbeleving naar een hoger niveau.”  

Dit artikel verscheen in INFUUS 20.

LEES MEER OP INFUUS.BE

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

REACTIES