“Al na een maand moest ik toegeven dat het teveel was”

Sara Maurissen

Zelfzorg kan helpen burn-outs te voorkomen, maar soms moet je eerst tegen de muur lopen om te beseffen wat je echt nodig hebt. Sarah Maurissen, diabeteseducator bij het Jessa Ziekenhuis, viel een paar jaar geleden uit met een burn-out. Ze keerde terug naar de zorgwerkvloer en vertelt hoe ze het sindsdien aanpakt. 

“Ik ben zes maanden thuisgebleven door mijn burn-out. De eerste weken waren erg moeilijk. Ik stortte me op het huishouden, omdat ik niet de hele dag op de zetel wilde liggen wenen. Ik zocht ook hulp bij een psycholoog. Zij hielp mij inzien dat ik roofbouw pleegde op mijn lichaam met de shiften die ik voordien werkte, en dat het tijd was om iets anders te zoeken.”  

“In eerste instantie wilde ik niet meer terug naar de zorg. Maar naarmate ik me beter begon te voelen, kriebelde het toch. Ik solliciteerde bij Jessa Ziekenhuis. De tijd was rijp, ik had zin om opnieuw iets te doen. Ik zocht iets binnen de verpleging, maar liefst met mooie uren – geen nachtposten meer. Die jobs zijn zeer schaars, maar een vacature bij het cathlab sloot aan bij mijn ervaring in cardiologie, al was het nu meer assisteren aan tafel.”  

Een lijst met diensten 

“Na een maand moest ik toegeven dat de job me te veel stress opleverde. Waar ik vroeger regelmatig een reanimatie deed, met mijn ogen toe bij wijze van spreken, kon ik daar nu niet meer tegen. Daarbij was er ook geen licht: het cathlab is een ruimte zonder ramen waar je in het donker werkt. In de winter zag ik bijnag een daglicht. Ook dat lukte mij niet meer.” 

“Al vrij snel heb ik aan mijn diensthoofd aangegeven dat het me niet meer lukte, hoe graag ik ook wilde en hoe tevreden zij ook waren van mij. Die stuurde mij naar de zorgmanager, die begripvol luisterde. Ze stelde mij enkele goede vragen over hoe ik het verder zag, wat ik wilde doen, en gaf me vervolgens een lijst van diensten die nog werkkrachten zochten. Op die lijst stonden twee afdelingen die mijn interesse wekten en waarvan ik vermoedde dat ze beter aansloten bij mijn noden: medische beeldvorming en diabetesconventie.”  

“Oorspronkelijk dacht ik dat diabetes niets voor mij zou zijn, maar na een middagje meelopen en een gesprek met het diensthoofd daar, vielen de puzzelstukjes in elkaar: dat was wat ik moest hebben.”  

Mindfulness en de mentale boekenkast 

“Van die burn-out heb ik nu nog weinig last, al zijn er kleine dingen die ik blijf doen om voor mezelf te zorgen. Zo doe ik regelmatig mindfulnessoefeningen als ik even naar de wc ga, terwijl mijn computer opstart, of als ik op de lift wacht: gewoon even registreren wat mijn gedachten zijn, en kijken of ik iets kan parkeren. Ik heb een hele boekenkast in mijn hoofd met allemaal onderwerpen, waar ik regelmatig dingen aan kan toevoegen (lacht). Die zet ik daar dan bij, en dan is alles weer oké.”  

“Ik benoem ook sneller hoe ik mij voel. Frustraties zijn er in elke job, maar het helpt om bij collega’s te ventileren over wat je hebt meegemaakt. Dat lucht op. Ik schrijf soms ook dingen op in een dagboekje. Dingen waar ik over pieker, kan ik daar kwijt.”  

Open communicatie graag 

“Al die kleine dingen helpen, maar ook de werkgever heeft een grote verantwoordelijkheid. Er moet gehoor gegeven worden aan zorgen of klachten vanop de werkvloer, en geïnvesteerd worden in mensen. Maar ook open communicatie is heel belangrijk: regelmatig bevragen hoe je werknemers zaken zien, zodat er betrokkenheid is als er beslissingen genomen moeten worden.”  

“En wat voor mij het voornaamste is, is dat ik veel inspraak heb in hoe ik werk. De eerste drie jaar hier werkte ik gewoon van 9 tot 5. Die luxe is er niet op iedere afdeling. Maar dan kan je bijvoobeeld proberen af en toe een dagje vrij te nemen om aan weekenden of feestdagen te plakken, zodat je er even een paar dagen uit bent. Een werkgever die je inspraak geeft bij het inroosteren, dat maakt een groot verschil.”  

LEES MEER OP INFUUS.BE

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

REACTIES