De familie Bogaert: drie generaties zorgprofessionals

Marc Marie & Jan

Niet alleen op de werkvloer zijn er verschillende generaties verpleegkundigen, ook in het gezin Bogaert. Zowel zoon Jan (31) als dochter Marieke (35) traden in de voetsporen van vader Marc (63), en ook de volgende generatie ziet wel graten in een carrière als verpleegkundige. We hadden het met hen over de evolutie van het vak over de generaties heen.  

Marc is officieel op pensioen maar springt nog af en toe binnen op zijn vertrouwde afdeling, invasieve cardiologie. Zoon Jan werkt op het operatiekwartier en dochter Marieke op de ontwaakzaal. Ze werken alle drie in het UZ Gent.  

“Toen ik begon op invasieve cardiologie, verving ik Jan”, steekt Marc van wal. “Maar later is hij nog teruggekomen en hebben we een jaar lang samengewerkt. Dat was makkelijk, want als je van wacht bent, kan je voor elkaar inspringen. Als ik in de tuin werkte liet ik de telefoon op de vensterbank liggen zodat Jan kon opnemen, en als hij ging fietsen deed hij hetzelfde.”  

Dat het drietal in hetzelfde ziekenhuis werkt is geen toeval, vertelt Marieke: “Als papa op zondag moest werken, gingen we met mama vaak eten in het restaurant, zodat we papa nog konden zien. Dat heeft indruk gemaakt op mij en is ook de reden geweest om daar zelf te beginnen.” Ook Jan wilde het liefst in het UZ aan de slag: “Ik mocht eigenlijk een vakantiejob doen op radiologie in Sint-Lucas, maar mijn vader heeft toen een goed woordje gedaan zodat ik toch in het UZ terechtkon. Dat was toen niet evident, ze werkten er zelfs met wachtlijsten.”  

Ze zijn alle drie verpleegkundige, maar kozen wel voor andere specialisaties. “Marieke is meer een zorgend type, terwijl Jan en ik technischer zijn aangelegd. De zorg aan bed, het opmaken van bedden? Da’s niets voor mij”, zegt Marc. “Papa is mij eens komen bezoeken op de afdeling terwijl ik met stomazorg bezig was, maar die deur was snel weer dicht. Dat was niets voor hem. Omgekeerd heb ik die patiëntenzorg net nodig. Ik ben even adjunct geweest op de afdeling geriatrie, maar ik miste het om aan het bed te staan.”  

Stages, toen en nu

Voor vader Marc was de studententijd van zijn kinderen heel wat anders dan zijn eigen ervaring. “In mijn tijd ging het er anders aan toe: de helft van de opleiding was stage, ook tijdens de vakanties, nachten en weekenden. We hadden 16 uur les en 13 uur stage per week, gecombineerd.” Ook de recente uitbreiding van de opleiding kan bij Marc op weinig bijval rekenen. “Op drie jaar kan je een goede verpleegkundige maken, die extra vakken hebben niet veel met verpleegkunde te maken.”  

Niet alleen de inhoud van de opleiding is veranderd. Jan merkt ook een evolutie in de motivatie van stagiaires. “Wij waren supergemotiveerd om in het operatiekwartier te mogen staan. Nu merk ik nog weinig initiatief van studenten, omdat dat ook niet meer hoeft om te slagen. Scholen knijpen soms een oogje dicht om studenten toch maar te laten afstuderen. In die zin denk ik dat deze generatie studenten te veel beschermd wordt. In mijn tijd moesten we ‘onze tenen uitkuisen’ om een mooie plek te verzilveren, maar dat lijkt voorbij. Studenten en pas afgestudeerden hebben keuze te over.”  Marieke: “Als er vacatures openstaan hoor je vaak dat we niet kieskeurig mogen zijn omdat er een tekort is. Al stopt het ook wel snel wanneer iemand echt door de mand valt.”  

Een nieuwe arts? Een nieuwe wind!  

Samen met nieuwe generaties verpleegkundigen, starten er ook nieuwe generaties artsen. Ook dat brengt veranderingen met zich mee, vindt Jan. “De laatste lichting artsen zijn meestal supertoffe mensen die vooruit willen en weten waar ze naartoe gaan”, zegt hij. “Ze begrijpen ook dat ze ons nodig hebben,” vult Marc aan. “Van geroutineerde verpleegkundigen nemen ze ook echt dingen aan.” Ook hun positie is anders, merkt Jan op. “Als we vroeger op bezoek gingen in het ziekenhuis, was het vaak: pas op, dat is een dokter, voorzichtig zijn. Nu komen ze voor de camera zwaaien wanneer ik tijdens het werk door even snel met mijn gezin videobel.” “En we mogen hen met hun voornaam aanspreken,” vult Marieke aan.  

Een goede evolutie, want de dynamiek op de afdeling hangt grotendeels vast aan de artsen die er de plak zwaaien, vindt Marc. “Vroeger op dialyse werkten er vooral oudere dokters, en moesten de jongeren naar hun pijpen dansen. Er werd vastgehouden aan oudere technieken, tot er een nieuwe prof kwam met een frisse wind en andere technieken. Op een gegeven moment mochten we zelfs mee op congres, daar was vroeger geen sprake van.”  

Wat met de nieuwe generaties nog meer zou mogen verdwijnen, is de onderlinge hiërarchie, vindt Jan. “Soms is er te weinig respect van de kritieke afdelingen naar de gewone toe. Dat hangt trouwens samen met het loon, dat voor iedereen hetzelfde zou moeten zijn.”  

De jeugd van tegenwoordig

Oudere artsen botsen ook vaker op de assertiviteit van jongste generatie, merkt Marieke: “De jeugd laat zich niet meer doen en neemt niet zomaar alles aan van een ander. Waar oudere generaties dingen meer voor zichzelf houden en voorzichtiger zijn, is de jeugd mondiger geworden. Als het met respect kan, is dat een goede zaak. Sommige artsen blaffen en bijten onterecht. Ik denk dat dan wel, maar ik zou dat nooit durven zeggen. De jongeren wel.” 

Over de werkhouding van de jongere generatie wil Marc niets gezegd hebben: “Dat is allemaal individueel. Bovendien leren wij ook veel bij van hen. Iedereen kent zijn plaats en leert van elkaar, zeker op dialyse, waarover je weinig leert op school, wisten de jongeren goed genoeg dat ze ons nodig hadden.” Marieke: “Wat je wel ziet is dat er steeds meer verwacht wordt, en dat net de oudere generatie daar soms moeilijker mee om kan.” Marc: “In mijn generatie bestond er nog geen computer, maar je kan ook niet achterblijven. Als ik nu iets moet voorstellen, maken de jonge gasten een powerpoint voor mij.”  

Work-life balance

Patiënten maakt het doorgaans weinig uit van welke generatie ze zorg krijgen. Al is Marc ook wel voorzichtig: “Als we een EKG moeten nemen bij een jong meisje, haal ik wel eerder een verpleegster, omdat ik voel dat dat mijn taak niet meer is als oudere man. Als het urgent is kijken we daar uiteraard niet naar, maar bij gewone opdrachten doen we dat wel, zodat patiënten meer op hun gemak zijn. Als er intimiteit mee gemoeid is hebben ze nu eenmaal liever een jonger iemand dan een oudere verpleegkundige.”  

Dat de job verandert, is een gegeven, maar wat de familie Bogaert vooral hoopt, is dat de verpleegkundigen an sich hetzelfde blijven. Marc: “Als je er niet voor geboren bent, stop je er beter mee.” Marieke: “De jeugd gaat sneller jobhoppen. De work-life balance primeert meer dan vroeger. Maar ik hoop toch dat mensen verpleegkunde blijven doen uit hart en nieren.” En Marc? Die hoopt vooral om via de nieuwe generatie nog even verbonden te blijven aan zijn UZ. “Ik zal er binnenkort een totaal vreemde worden, maar het is leutig dat ik via mijn kinderen nog geregeld de groeten krijg”, besluit hij. 

LEES MEER OP INFUUS.BE

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

REACTIES