Verplichte werkkledij in de zorg: voor en tegen

Young,Man,With,Mask,And,Gloves,Looking,Trough,The,Window.

‘Ja, ik ben van kop tot teen uitgedost in verplichte werkkledij.’ Dat is in de enquête die we eind augustus lanceerden veruit het meest gekozen antwoord – niet minder dan twee derde van de deelnemers klikte dat aan. En die verplichtte werkkledij blijkt een emotioneel geladen onderwerp, zo leren we uit jullie antwoorden. In deze INFUUS duiken we jullie kleerkast in en kijken we wat jullie aandoen om te werken, en hoe jullie zich daarbij voelen. We belden een aantal (soms anonieme) zorgprofessionals om hun de kleren van het lijf te vragen, en gingen naar WZC Sint-Vincentius waar de medewerkers sinds een aantal jaren in hun gewone, eigen kledij kunnen werken.  

Wat blijkt? Bijna één op tien (9 procent om precies te zijn) van de zorgprofessionals die de enquête van INFUUS invulden, wil komaf maken met verplichte werkkledij. Een ruime meerderheid (62 procent) is dan weer vóór de standaard werkkledij. En bijna drie op tien (29 procent) zegt wel iets te willen aantrekken van het werk, maar zeker ook zaken uit de eigen kleerkast.  

“Verplichte werkkledij is oké voor mij, maar binnen de arbeidstijd omkleden.” 

Als we dan niet vragen naar wat je zou willen, maar wat je móet aantrekken, blijkt dat twee derde (66 procent) aangeeft van kop tot teen uitgedost te zijn in verplichte werkkledij – of zoals iemand aanhaalt: “Het enige dat bij ons vrij te kiezen is, zijn de schoenen.” Voor 17  procent is de regel dat ze ‘iets’ van het werk aanhebben, maar verder zelf kunnen liezen. De overige 17 procent draagt wat hij of zij wil.  

Voordelen? Ja zeker!  

Dat zoveel medewerkers in de Vlaamse zorgorganisaties voorstander zijn van het typische uniform, heeft duidelijk ook te maken met de voordelen die men ziet. Zo geeft 37 procent aan dat het veilig, hygiënisch en eigenlijk ook erg praktisch is.  

Ook de herkenbaarheid is voor velen (27 procent) een voordeel: dankzij het uniform is voor iedereen meteen duidelijk wie patiënt of bewoner is, en wie hier werkt. Bijna een vijfde (19 procent) vermeldt ook dat zo’n uniform er nu eenmaal bijhoort in de zorg. ‘Het is een mooie traditie.’ 

Opvallend is dat 13 procent ook kiest voor ‘Lekker makkelijk: ik moet ’s ochtends niet te lang nadenken over wat ik ga aandoen’ als voordeel van verplichte werkkledij. 

Maar ook nadelen… 

Uiteraard is er ook een minder leuke kant aan kledijverplichting. Zo laat 9 procent weten dat ze het maar eenheidsworst vinden zo, zonder dat je de persoonlijkheid van de collega’s kan zien. 23 procent vindt dan weer dat die steriele, eenkleurige pakken alle huiselijkheid uit de zorg wegnemen. Heeft dat te maken met hoe die kledij eruitziet? Dat kan. Immers, maar liefst een vijfde van alle deelnemers aan de enquête is heel duidelijk: ‘De verplichte werkkledij is lelijk. Punt.’ Zo lezen we bij de opmerkingen “Saaie kleuren”, en ook “Meer kleur in de kledij”. 

“Is bij ons niet proper meer (strepen, vlekken…) en ook niet onderhouden (bijvoorbeeld gescheurde zak niet aangenaaid.” 

Maar ook het comfort blijkt een belangrijke bron van frustraties te zijn. Meer dan een kwart (26 procent) antwoordt dat de werkkledij niet comfortabel is en eigenlijk nooit erg goed zit. “Ik loop altijd in te lange en te brede broeken”, geeft iemand als commentaar. “Echt goed voelt dat niet. En mijn jasje is te lang.” Zegt iemand anders: “Op warme dagen is de stof te dik? Een zomer- en een winterexemplaar zou beter zijn.” Of kort en krachtig “Veel te warm!!” 

“Verplichte werkkledij is vooral nuttig tijdens de verzorgingsmomenten. Na de zorg zou iedereen dagkledij moeten kunnen dragen bij bewoners met dementie.” 

Als onze enquête al iets duidelijk maakt, is het dat de verplichte werkkledij een belangrijk thema zijn, een bron van ergernis, maar ook wel van trots om in de zorg te werken. Over smaken en kleuren kunnen we niet discussiëren, maar comfort, gemak en hygiëne zouden toch hoog op de prioriteitenlijst moeten staan.  


Wie nam deel aan deze enquête? 

INFUUS lanceerde deze enquête eind augustus. In totaal kwamen er 149 antwoorden – 122 vrouwen, 26 mannen en 1 andere.   

Zeven mensen zijn jonger dan 25, en 29 tussen 25 en 35 jaar oud. De meerderheid zit daar net iets boven: 37 mensen zijn tussen 36 en 45, en 42 tussen 46 en 55 jaar oud. 32 mensen zijn tussen de 56 en 65 jaar oud, en één iemand gaf aan ouder dan 65 te zijn.  

Ook interessant: waar werken de mensen die onze vragen beantwoordden? Wel, 43 procent werkt in een ziekenhuis, en 39 procent in een woonzorgcentrum. Daarnaast is er een groep (9 procent) die in de thuiszorg actief is. Psychiatrische zorg en zorg voor mensen met een beperking is veel minder vertegenwoordigd (respectievelijk 3 en 1 procent).  

LEES VERDER:

LEES OOK:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

REACTIES