Interview Stef Vanlee – “Ik leer de patiënten beter aanvoelen”

Stef Vanlee

Spoedverpleegkundige, maar ook acteur en nu ook auteur. Stef Vanlee combineert zijn passie voor zorg met een liefde voor het woord. “Maar wanneer mensen me vragen wat mijn beroep is, antwoord ik altijd ‘verpleger’.” 

“Ik was altijd geïnspireerd door televisieprogramma’s als Rescue 911, een serie over ziekenwagens, over hulp aan mensen in nood… Dat heeft mij getriggered om zelf ook verpleegkunde te gaan studeren. Ik ben ook aan die opleiding gestart met het doel om op de spoedafdeling te werken en heb ook nooit niets anders gedaan. Toen ik studeetrde, kon je aan het einde van het tweede jaar een DGH-badge krijgen, een erkenning Dringende Geneeskundige Hulpverlening. Dat maakte dat ik op het einde van mijn tweede jaar al met de ziekenwagen door Antwerpen reed om mensen te gaan helpen. Na mijn studies heb ik een banaba Spoed en Intensieve gevolgd. In 1998 startte ik dan op de spoedgevallendienst van ZNA Jan Palfijn in Antwerpen.” 

Recht op doel: dat is wel het minste wat je kan zeggen van het traject dat Stef Vanlee heeft afgelegd. En ook vandaag twijfelt hij niet aan zijn keuze voor de ambulance en de spoedafdeling. “Het is de variatie die me erg aanspreek: je helpt baby’s ter wereld, maar verzorgt ook honderdplussers. Er zijn ongevallen, ziektes, reanimaties, psychiatrie…”, vertelt hij. “En wat ik vooral erg belangrijk vind: wanneer ik naar mijn werk vertrek, weet ik niet wat me te wachten staat. Dat houdt me wakker.” 

“Maar – en ik denk dat dat bij elke verpleegkundige zo is – het boeiendste aan de job is dat je veel mensen ontmoet op de meest kwetsbare momenten van hun leven en he net dan iets kan betekenen voor hen. Je kan een verschil maken.” 

Straattheater  

Maar Stef Vanlee is niet alleen verpleegkundige. Veel waarschijnlijker is dat je hem kent van het straattheater of de televisie. Als acteur schitterde hij onder meer in Familie en Dertigers. 

Hoe hij in die wereld verzeild raakte? Niet via Rescue 911, wél via Marcske van De Kampioenen. “Toen ik op school zat, kwam Herman Verbruggen, de acteur die Marcske speelt, in onze klas omdat zijn gezelschap Aksident op zoek was naar jongeren voor een straattheaterproject”, zegt Stef. Dankzij dat straattheater is de acteursbal aan het rollen gegaan. 

“Neen, ik heb nooit overwogen om een acteursopleiding te volgen in plaats van verpleegkunde”, vervolgt hij. “Ik ben heel blij dat ik de beiden kan combineren. Ik werk al ongeveer zes jaar halftijds op de spoed, omdat het creatieve gedeelte steeds meer werd en wordt. Die balans is heel tof. En ook al ben ik de afgelopen jaren veel meer acteerwerk gaan doen, wanneer mensen me vragen wat mijn beroep is, antwoord ik altijd ‘verpleger’.” 

De twee activiteiten helpen elkaar ook wel, zo heeft Stef Vanlee ondertussen al ervaren. “Door straattheater te spelen, bijvoorbeeld, leer je mensen aanvoelen. Kan je verder gaan in deze scène? Aanvaardt het publiek dit? Dat kan ik in de spoed ook gebruiken: ik leer de patiënten beter aanvoelen en lees makkelijker hun emoties”, klinkt het. “En anderzijds is de ervaring in de zorg een meerwaarde waanneer ik bepaalde rollen speel. Als men mij vraagt om een dronken man te spelen… Tja, ik zie er op spoed genoeg.” 

Fractie van een seconde 

De combinatie van verpleegkunde en acteren vinden we ook terug in Fractie van een seconde, het stuk dat Stef zelf schreef en waarin hij sinds 2016 te zien is. “De aanleiding voor Fractie van een seconde dateert van 2008. Toen werd ik geconfronteerd met een ongeval waarin drie jonge meisjes zijn gestorven. De chauffeur was in slaap was gevallen achter het stuur… Dat ongeval maakte me erg kwaad en gefrustreerd. Die energie wilde ik liever steken in iets positiefs, iets waarmee ik misschien kan voorkomen dat anderen hetzelfde moeten meemaken. Ik schreef toen de voordracht Heaven Can Wait waarmee ik in scholen ging vertellen over weekendongevallen.” 

Toen hij in 2013 Rudy Claeys, die door een verkeersongeval verlamd is geraakt, ontmoette in zo’n school, merkten beiden dat er een klik was. Niet alleen lag het thema hen allebei nauw aan het hart, beiden hadden ook meerdere overeenkomsten. Rudy Claeys is óók vader en verpleegkundige, en combineerde zijn werk in de zorg voor zijn ongeval, net als Stef, met straattheater. Al snel ontstond het idee om hun verhalen te bundelen en een theatervoorstelling te maken. Met steun van de Vlaamse Overheid gingen de beide acteurs-verpleegkundigen aan de slag met Walter Janssens, die ook regisseur is van Kommil Foo. Fractie van een seconde is in 2016 in première gegaan. 

“We brengen waargebeurde verhalen, maar zijn er niet op uit om mensen te choqueren. Neen, we brengen de emoties en tonen dat achter elk cijfer in de statistieken echte personen, echte gezinnen schuilen”, legt Stef de insteek van het theaterstuk uit. “We vertellen die verhalen erg eerlijk, zonder met het vingertje te wijzen.” 

Al willen ze natuurlijk wél graag impact hebben. “Wij spelen telkens voor 200 tot 300 mensen, en hebben ondertussen ruim 260 voorstellingen gespeeld. Al is er maar één persoon per voorstelling die we met onze boodschap bereiken, één persoon die daardoor niet in die vreselijke statistieken van verkeersongevallen komt – als veroorzaker of als slachtoffer – dan hebben we al 260 mensen geholpen. En laten we dan maar hopen dat het er méér zijn dan één per voorstelling.” 

112 verhalen 

Stand-up comedy gebaseerd op wat hij allemaal heeft gemaakt in de ambulance en op de spoedafdeling: daar had Stef Vanlee wel al eens aan gedacht. Maar een vraag in de marge van een interview naar aanleiding van het derde seizoen van Dertigers bracht hem op een ander idee: een boek. Een bundeling van 112 anekdotes. “Ik ben na dat interview vrij snel beginnen schrijven. Ik stuurde een pitch met de eerste vijf verhalen naar een aantal uitgevers. Uitgeverij Vrijdag reageerde de dag zelf al. En voilà, ik mag straks (dat is ondertussen al enkele weken geleden, nvdr) het resultaat gaan halen. Het zijn 112 verhalen die ik zélf heb meegemaakt – het is niet iets dat ik gehoord heb bij een collega of zo.” 

Door het schrijven van de 112 stukken, leerde Stef Vanlee ook iets over zichzelf, zo blijkt achteraf. “Men vroeg wel eens hoe je zo’n job op spoed kan volhouden. Steevast antwoordde ik dat er wel zwaardere jobs zijn. Ik noemde dan ook altijd de kleuterjuf die 24 klein mannen in haar klas heeft: dát lijkt me een zwaar beroep”, vertelt hij. “Maar nu ik dat boek heb geschreven, merk ik dat er toch meer blijft kleven aan ons dan we kunnen vermoeden.” 

“Om in noodsituaties correct te kunnen handelen, is het zaak zeer rationeel zijn en blijven”, vervolgt hij. “Je parkeert dan de emotie die op dat moment niet aanwezig mág zijn, omdat ze je werk in de weg staat. Maar nu, toen ik al voor het boek die situaties ging herbeleven, merkte ik dat die emoties niet weg zijn. Ik zag in dat je als spoedverpleegkundige emotioneler betrokken bent bij de dingen dan je soms kan vermoeden.” 

“Het boek is geschreven vanuit mijn spoedwerk, en dat ziet er allemaal wat spectaculairder uit, maar de essentie is – denk ik – voor iedere verpleegkundige hetzelfde. Wij gaan om met verdriet en pijn, met aftakeling, maar ook met herstel en genezing… Omgaan met die emoties maakt het beroep zo boeiend, maar we moeten blijven onthouden dat we geen machines zijn. We zijn allemaal mensen van vlees en bloed. Het zou heel raar zijn als je je gevoelsmatig níet verbonden voelt met sommige situaties…” 

Teamwerk onder de blauwe lamp 

Of er een boodschap verweven zit tussen die 112 verhalen? Stef Vanlee vindt van wel, al moet je als lezer die zelf gaan zoeken – het ligt er niet vingerdik op. Maar onderliggend maakt de auteur wél duidelijk dat gezondheid niet vanzelfsprekend is, en dat een ongeval in een klein hoekje schuilt, dat iedereen ernstig ziek kan worden. “Je moet niet denken dat het jou niet zal overkomen”, vat hij samen. 

“Maar het boek is óók een ode aan wie op de spoedafdeling werkt, en bij uitbreiding aan al wie een blauw licht op zijn dak heeft. Extramuraal werk is teamwerk. Tijdens een interventie werk je samen, met politie, brandweer, ziekenwagen en MUG-diensten. Sámen tracht je alles tot een goed einde te brengen. Ik hoop ook dat ik jongeren kan inspireren om voor verpleegkunde te gaan, want het blijft een zeer mooie job.” 

Nu het boek er ligt, is het idee om tóch nog stand-upcomedy te brengen niet van de baan, geeft Stef Vanlee op het einde nog mee. “Dat blijft wel kriebelen, ja, al kan ik vandaag niet zeggen of dat er ooit van zal komen. We hebben onder de collega’s op spoed een vrij donkere vorm van humor – om een en ander wat te kanaliseren, denk ik. Daar zou ik wel mee aan de slag kunnen. Maar ik heb nu een zéér intensief jaar achter de rug, en ik denk dat ik gewoon komend jaar even niets ga doen. Ik ga wat meer aandacht aan mijn gezin schenken, en ook gewoon mijn job als verpleegkundige doen, want het blijft een zeer mooie job.” 

Lees ook op Infuus:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

REACTIES

Trending

Infuus nieuwsbrief

Straffe verhalen van, door en voor zorgprofessionals – maandelijks in jouw mailbox afgeleverd.