Manu over zijn carrièrestappen: “Je moet je vooral amuseren”

Manu Van Rossom, adjuct-hoofdverpleegkundige Intensieve Zorge/Brandwonden UZ Leuven

Hij werkte tien jaar op de dienst intensieve zorgen, werd verantwoordelijke op de brandwondenafdeling, en vertrok vervolgens om vertegenwoordiger te worden bij Johnson en Johnson. Vier jaar geleden, na twintig jaar ‘afwezigheid’, keerde Manu Van Rossem terug naar UZ Leuven. Terug naar de basis, zoals hij zich altijd had voorgenomen. We hadden het met hem over het gras, dat aan beide kanten gewoon anders groen bleek te zijn.  

Waarom heb je na veertien jaar in de zorg de stap gezet naar de privésector?  

Manu: “Toen ik tien jaar op intensieve zorgen werkte, had ik het gevoel dat ik het wel kende, dat ik comfortabel was met de materie. Op zo’n momenten krijg ik goesting om mezelf uit te dagen. Ik ben dan eerst intern iets anders gaan doen als verantwoordelijke op de brandwondenafdeling. Dat was leuk: je laat je zekerheden achter om van iets anders te proeven. Maar in mijn achterhoofd speelde wel dat ik misschien ooit ook nog iets in de industrie wilde doen. Toen men later vanuit de privé bij mij kwam polsen of ik daar niet in geïnteresseerd zou zijn, dacht ik: misschien is dit het moment om te springen. Ik was op dat moment niet actief op zoek naar iets anders, maar de timing kwam goed uit. Twintig jaar lang heb ik er verschillende functies uitgevoerd. Ik heb er geen spijt van. Omdat ik telkens in andere takken van de gezondheidszorg terecht kwam, kon ik mezelf blijven uitdagen.”  

Zijn die mogelijkheden er ook binnen de zorgsector zelf?  

“Zeker wel, en ik raad het iedereen aan om ook binnen dezelfde zorginstelling af en toe iets anders te doen. Ik spreek tegen mijn eigen winkel nu, want uiteraard is het niet fijn als mensen op je afdeling vertrekken, maar het is beter om de stap te zetten op het moment dat je denkt ‘het zou leuk zijn om eens iets anders te doen’, dan te wachten tot je het helemaal beu bent. Er zijn zoveel mogelijkheden binnen een ziekenhuis. Waarom ongelukkig zijn in een functie als er nog 27 andere mogelijke jobs op je wachten? Ga gewoon eens ergens anders kijken.” 

Waarom ben je zelf terug gekeerd naar het ziekenhuis?  

“In de industrie ben je ook met gezondheidszorg bezig, en doe je ook je best voor patiënten, maar uiteindelijk ben je als vertegenwoordiger in een ziekenhuis om geld te verdienen. Op het einde van de rit is zo’n firma vooral geïnteresseerd in ‘what’s in it for us’. Dat ik uiteindelijk terug zou keren naar UZ Leuven, zat altijd al in mijn achterhoofd. Ik ben nooit vertrokken omdat ik het werk niet graag deed, integendeel, ik was heel tevreden. Het ziekenhuis, daar liggen mijn roots, dat is wat ik het liefste doe. Bij mijn terugkeer voelde ik meteen weer hoe fijn het is om andere mensen te kunnen helpen, écht helpen.” 

Hoe verliep je terugkeer?  

“Ik ben begonnen op de ontwaakruimte, waar ik basiszorg verleende. Na zes maanden kwam er een vacature open voor de functie waaruit ik vertrokken was: adjunct-hoofdverpleegkundige op de intensieve zorgen/brandwondenafdeling. Ik was nog niet zeker of dat was wat ik wilde, maar na de selectieprocedure was ik toch overtuigd. Op een dienst met zoveel technologie verandert er veel op twintig jaar, dus werd er een inscholingsprocedure voorzien. Het doel was dat ik eerst op de verschillende diensten kon meelopen, en zo alles geleidelijk aan weer leerde kennen, maar toen begon de Covid-19-crisis. Van die rustige aanloop was geen sprake meer, maar toch heb ik die hectische periode als zeer leerrijk ervaren.” 

Wat is jouw tip voor mensen die zich niet meer helemaal comfortabel voelen in hun job?  

“Praat eens met mensen van andere diensten. Ik denk dat er heel veel mogelijkheden zijn om gewoon eens mee te lopen op een andere dienst. Zet misschien niet direct de stap om te solliciteren, maar ga eerst eens kijken. Als je al een tijdje in dienst bent, gaat niemand je tegenhouden als je vraagt om eens een ingreep te mogen volgen op OK om te kijken hoe dat werkt, of om elders een dagje mee te helpen. Stop er desnoods wat vrije tijd in – daar mag je niet op kijken om kansen te grijpen om je te amuseren. Want dat is wat telt: je moet doen wat je graag doet, hoe wollig dat ook klinkt. Ik heb ook dagen waarop het me tegenzit, natuurlijk, maar het overgrote deel van de tijd moet je je amuseren op je werk, zelfs als het pokkedruk is.” 

LEES MEER OP INFUUS.BE

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

REACTIES