Dossier stage: Sommige studenten blijven je nog jarenlang bij.

stage

Van eerstejaarsstagiaire tot adjunct-dienshoofd 

Soms zijn er stagiaires die je zodanig bijblijven dat je ze alle kansen van de wereld wil geven. En dat was ook voor Matthias Van Houdenhove het geval. ‘Zijn’ stagiaire Yara Roelands stak er met kop en schouders bovenuit tijdens haar eerstejaarsstage op de afdeling waar hij diensthoofd was. Dat leidde tot een een tweede stage én uiteindelijk zelfs een functie als adjunct-afdelingshoofd.  

Of ze een dubbelinterview wilden geven over hun stage-ervaringen? Dat hoefden we ze geen twee keer te vragen aan Yara Roelands (voormalig adjunct-diensthoofd locomotorische/orthopedische revalidatie Sint-Maria Halle, huidig diensthoofd Zorg en Revalidatie OLV Ziekenhuis Ninove) en Matthias Van Houdenhove (voormalig diensthoofd locomotorische/orthopedische revalidatie Sint-Maria Halle, huidig directeur Bewonerszorg in woonzorgcentrum Sint-Felix). Ze kennen elkaar sinds Yara stage liep op Matthias’ afdeling in haar eerste jaar verpleegkunde. Daarna ging ze er werkplekleren en kon ze aan de slag als deeltijds verpleegkundige, tot ze er uiteindelijk adjunct-diensthoofd werd.  

Matthias: “Al tijdens de tweede stage van het eerste jaar sprong Yara eruit. Het was een natuurtalent, qua verpleging én qua managen van mensen en problemen. Iemand die van aanpakken wist, en dus heb ik ook snel gezegd: het zou leuk zijn als je kon terugkomen in je laatste jaar. En dat heeft ze gedaan, tijdens een stage werkplekleren. Het grote verschil tussen werkplekleren en een gewone stage, is dat je voor de verpleegkundige loopt, in plaats van erachter.” 

Yara: “Zij moeten je laten doen, en springen alleen in als je een fout maakt.” 

Matthias: “De studenten kwamen acht weken lang onze afdeling overnemen. Daar leer je veel van, en als de stage afgelopen is, ben je ook klaar om de job uit te oefenen. Want echt alles was voor hen: op de reanimatieknop duwen, naar de familie bellen als er iemand sterft…”  

Yara: “Dat doe je allemaal niet tijdens je andere stages.” 

Matthias: “Het werkplekleren was toen nog de laatste stage van een driejarige opleiding. Met andere woorden: als je daarbij als zorginstelling wat mensen kan weerhouden, kunnen zij meteen starten. Ze kennen de dienst, de dossiers, de procedures…”  

Yara: “Ikzelf ben twee weken later gestart op de dienst. Met nachten.” 

Matthias: “Oei, was ik zo streng? (lacht) Dat weet ik niet meer.” 

Ben je na een stage werkplekleren klaar voor het werkveld?  

Yara: “Ja en nee. Ik was blij dat ik op dezelfde dienst kon verdergaan waar ik de werking, de dossiers en de patiënten al kende. Ik ben begonnen met een nachtdienst, en ik weet nog dat ik stress had omdat ik iemand een Dafalgan moest geven. Dat is maar een Dafalgan, maar je staat voor het eerst alleen, en dat brengt stress met zich mee.” 

Matthias: “Maar na het werkplekleren heb je wel het volledige pakket gedaan op acht weken tijd, waardoor je meer klaar bent dan na een gewone stage.”  

Yara: “En toch denk ik dat dat vierde jaar niet slecht is. Je kan je echt verdiepen. Maar dan vind ik wel dat je niet alleen bezig moet zijn met verpleging, maar echt met het geheel. De kans krijgen om de sociale dienst mee te volgen, bijvoorbeeld, zodat je echt een beeld krijgt op het traject dat een patiënt doorloopt tijdens zijn ziekenhuisopname.” 

Matthias: “Je wordt tijdens zo’n stage niet meer per se een betere verpleegkundige, maar je verruimt wel je blik.” 

Yara: “Als je meer diensten ziet, krijg je een beter beeld van wat je leuk vindt. Mijn eerste stage was gastro-entro. Ik dacht ‘ja lap’. Gelukkig viel de tweede stage, die op de revalidatie-afdeling in Halle, beter mee. Ik vond het leuk om mensen daar beter te zien worden. Ze zijn er ook langer, waardoor je een band creëert, en dat heeft mij altijd geïnteresseerd. Vandaar ook dat ik terug ben gegaan, en er later ook ben beginnen werken.”  

Wat maakt iemand tot een opmerkelijke student?  

Matthias: “In Yara’s geval was dat snel duidelijk. Ze nam initiatief, kwam bevestiging vragen, coachte haar medestudenten, vroeg uitleg en bood oplossingen aan… Dat zie je niet vaak bij studenten.”  

En wat maakt een stagementor tot een goede stagementor?  

Yara: “Ik vond meteen al dat Matthias veel wist, bijna alsof hij een halve dokter was. We kregen zowel op stage als tijdens de leerwerkplaats altijd veel uitleg, hij sprak ook mee met de dokters… Dat was indrukwekkend.” 

Matthias: “Ik vind het superbelangrijk om kennis door te geven aan de volgende generatie. Het is belangrijk dat je de jeugd mee opleidt, en onder je vleugels neemt. Dus dat heb ik altijd gedaan. Het werkplekleren startte bij ons bijvoorbeeld altijd met twee dagen opleiding. Ik investeer veel in studenten, en verwacht dat ook van mijn collega’s.” 

Kan iedereen een stagementor zijn?  

(In koor): “Nee.”  

Yara: “Iedereen zou mentor moeten kunnen zijn, maar dat is in de praktijk niet zo.”  

Matthias: “Je moet empathie hebben, maar je moet ook duidelijk de zaken kunnen benoemen. Daarnaast moet je moet kunnen focussen op wat echt telt, en er zin in hebben. Oprecht geïnteresseerd zijn en de studenten sterker willen maken. Bovendien moet je feedback gefundeerd zijn, en moet je omkunnen met kritiek.” 

Yara: “De communicatie moet goed zitten. Feedback geven, dat kan niet iedereen. En je moet de studenten kunnen blijven motiveren, en niet gewoon de kleine klusjes op hen afschuiven.”  

Matthias: “In mijn tijd werd een student nog gezien als hulpje, en niet als student.”  

Yara: “Die mentaliteit moet eruit. Sommige verpleegkundigen moeten de klik nog maken, van ‘dit kan mijn collega worden’.”  

Matthias: “Dat zeg ik ook altijd. Dat ze er aan moeten denken dat het over een maand misschien een collega is, waaraan ze moeten vragen om hun weekenddienst over te nemen.” 

Maar het is natuurlijk een dubbel verhaal, want je moet ook de ruimte en de tijd krijgen om mentor te kunnen zijn.  

Yara: “Dat merk ik nu ik diensthoofd ben ook. Op een gegeven moment had ik zes studenten, terwijl ik maar met vijf mensen in de ochtendzorg sta. Op die manier alle studenten even veel leerkansen geven, dat is supermoeilijk. Dus neem ik er nog maximum vier aan, zodat ik hen effectief alle kansen kan geven.”  

Hoe pak je het geven van feedback aan?  

Yara: “Daar hebben sommige verpleegkundigen nog moeite mee. Ik heb zelf bijvoorbeeld een stage gehad in mijn tweede jaar, en op mijn evaluatieformulier stonden veel onvoldoendes. Ik was in shock, want dat was ik niet gewend, maar toen ik vroeg hoe dat kwam, kreeg ik te horen dat het gewoon was omdat ik net begonnen was, zodat ik nog zou kunnen doorgroeien. Maar zo werkt het niet. Je moet duidelijke feedback geven. Die mag negatief zijn, maar geef dan ook aan waarom, hoe of wat.”  

Matthias: “Ik had altijd de gewoonte om twee evaluatiepapieren klaar te leggen: eentje voor mij en eentje voor de student. Die vulden we allebei in, en dan legden we ze naast elkaar. Zo zag je vaak dat studenten strenger waren voor zichzelf dan ik was.”  

Yara: “Ik probeer ook altijd de student zelf eerst te laten reflecteren, en dan pik ik daarop in. Zelfreflectie is volgens mij ook het nuttigst, omdat je dan zelf tot het besef komt. Op die manier is het makkelijker om daar iets mee te doen, dan als iemand je gewoon vertelt wat je fout doet.”  

Hoe ziet een eerste stagedag op jullie afdelingen eruit?  

Matthias: “Ik probeer de eerste stagedag gewoon te beginnen met koffie en een rustig gesprek: wat verwacht je, heb je al vragen, ben je nerveus… Het ijs breken eigenlijk.”  

Yara: “Het liefst ga ik eerst op het gemak de afdeling rond om alles te tonen, en de manier van werken uit te leggen, maar studenten starten meestal op maandagochtend, en dan lukt dat soms niet.”  

Is het de plicht van zorginstellingen om studenten aan te nemen?  

Matthias: “Honder procent! Zeker nu er overal tekorten zijn. Je moet als zorginstelling studenten opnemen en goed opleiden. Ook al gaan ze daarna weg. Ken je die uitspraak? ‘Maar wat als je ze opleidt en ze lopen weg?’ Dan zeg ik: ‘Wat als je ze niet opleidt, en ze blijven?’” 

LEES OOK OP INFUUS:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

REACTIES