Opleiding in de praktijk: Expertisecentrum Dementie Vlaanderen

Foto Vinci Van Roost

Het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen biedt zorgverleners vormingen en opleidingen aan om de complexe materie rond dementie te vertalen naar bruikbare en eenvoudige taal in het werkveld. Op welke manier doen ze dat? En wat is de persoonlijke ervaring van een zorgprofessional na zo’n opleiding? Aan het woord: Leentje De Wachter, Stafmedewerker Vorming en Opleiding bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen, en Vinci Van Roost, verpleegkundige en referentiepersoon dementie in Woonzorgcentrum Ambroos. 

Het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen biedt heel wat vormingen en opleidingen aan. Vertel… 

Leentje De Wachter: “We willen kennis en vaardigheden omtrent dementie verspreiden in het werkveld. Om dat te doen, proberen we ons aanbod aan opleidingen en vormingen heel divers te maken: we bieden basisopleidingen aan, maar ook voor heel specifieke en gespecialiseerde kennis kan je als zorgprofessional bij ons terecht. We werken met educatieve pakketten, met trainers, maar leiden ook medewerkers van organisaties op, zodat zij zelf intern vormingen aan hun collega’s kunnen geven. En dit alles geldt zowel voor woonzorgcentra, ziekenhuizen als de thuiszorg. Voor vrijwilligers in deze organisaties voorzien we een specifiek pakket aan basisinformatie en worden er, in samenwerking met de Alzheimer Liga Vlaanderen, praatcafés georganiseerd.

Het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen zit vervat in een netwerk met negen regionale expertisecentra, die over Vlaanderen verspreid zijn. We wisselen kennis uit rond vorming, bekijken wat er actueel is en welke vormingsnoden er zijn. Wanneer we in een bepaalde regio een vraag krijgen, proberen we altijd zo lokaal mogelijk een antwoord te bieden. 

Leentje De Wachter, Stafmedewerker Vorming en Opleiding bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen
Leentje De Wachter, Stafmedewerker Vorming en Opleiding bij het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen

Net voor het begin van de pandemie, hadden we besloten om ook met e-learnings te starten en uiteraard heeft Covid-19 deze vorm van opleiding geven, enorm versneld. We startten met het maken van korte e-learnings zoals: ‘Wat is dementie?”, ‘Communicatietips voor mensen met dementie’, en we speelden in op Covid-19 met: ‘Hoe communiceren en persoonsgerichte zorg verlenen met beschermingsmateriaal aan?’ De e-learnings bleken een succes: iedereen kon in z’n eigen bubbel toch de nodige informatie krijgen en opleidingen volgen.” 

Met zo’n e-learning kan je echt op je eigen tempo studeren én je kan ze herbekijken wanneer je wilt. Ik vind dat persoonlijk een heel handige manier van opleidingen volgen.

Vinci Van Roost: “Tijdens de pandemie heb ik me voor een aantal e-learnings ingeschreven en ik vond dat persoonlijk een hele fijne ervaring. Gedurende de voorbije tien jaar heb ik al heel wat verschillende opleidingen gevolgd bij het Expertisecentrum Dementie. Zo volgde ik de opleiding tot referentiepersoon dementie. Die was enorm verrijkend, maar intensief tegelijkertijd. Het wordt in verschillende onderdelen gegeven en in totaal duurt het zo’n 66 uren. Je gaat telkens ter plaatse, ’t is een klassikale opleiding. En dat is het grote verschil met die e-learnings. Daarvoor hoef je je niet te verplaatsen, je dient niet lang op voorhand te bevestigen en je kan ze volgen wanneer je tijd hebt. Als verpleegkundige in een woonzorgcentrum verandert m’n uurrooster nogal eens, en dat al zeker tijdens de pandemie. Op die momenten hoefde ik geen rekening te houden met de opleiding, maar kon ik die gewoon volgen wanneer ik tijd had. Met zo’n e-learning kan je echt op je eigen tempo studeren én je kan ze herbekijken wanneer je wilt. Ik vind dat persoonlijk een heel handige manier van opleidingen volgen.” 

Leentje De Wachter: “Wij zien inderdaad dat onze e-learnings goed ontvangen worden. Mensen hebben het gevoel hun eigen leerproces in handen te hebben, ze kunnen kiezen wanneer ze iets volgen en ze kunnen ze stopzetten en hervatten wanneer ze willen. Zo’n e-learning is dus op veel vlakken effectiever dan een vormingsdag. We willen er in de toekomst zeker verder op inzetten, al mogen we deze manier van vorming aanbieden niet zien als de heilige graal; ‘t heeft ook z’n beperkingen. Je kan aan kennisoverdracht doen, je kan bepaalde zaken oefenen en tot een aantal inzichten komen, maar échte uitwisseling en casusbespreking, dat gaat niet. En ook dat blijft toch een grote meerwaarde aan het volgen van een vorming of opleiding.”  

Vinci Van Roost: “Die onderlinge uitwisseling vind ik ook een echte meerwaarde. De terugkomdagen die georganiseerd worden na de opleiding tot referentiepersoon dementie zijn op dat vlak heel interessant, want dan kan je samen met andere referentiepersonen bespreken hoe om te gaan met bepaalde problematieken. Er worden casussen besproken, er wordt gezocht naar concrete oplossingen en er wordt samen out of the box gedacht. Ik heb het gevoel dat ik na zo’n terugkomdag telkens heel concrete oplossingen mee terugneem naar het woonzorgcentrum.” 

Heb je bepaalde voorbeelden van zo’n concrete oplossingen in het woonzorgcentrum? 

Vinci Van Roost: “Zeer zeker. Als referentiepersoon dementie ben ik nog tot midden-september verantwoordelijk voor de coaching en begeleiding van de zorg- en verpleegkundigen, woningassistenten en collega’s met andere functies en disciplines in de omgang met mensen met dementie in woonzorgcentrum. Daarna neemt een collega-referentiepersoon het van me over. 

Maar wat ik dan concreet doe: ik zoek mee naar oplossingen tijdens een zorgoverleg, ik begeleid familiegesprekken, ontvang families die vragen hebben over dementie en neem ook testen af wanneer we denken dat een bewoner geheugenproblemen heeft. Voor al deze verschillende situaties kunnen specifieke en passende oplossingen gezocht worden tijdens de terugkomdagen en in het woonzorgcentrum zelf.  

‘Moet een bad of douche eigenlijk elke dag? Of kan dat ook twee keer per week?’

Zo heerst er bijvoorbeeld vaak de gedachte dat iedere bewoner elke dag gewassen moet worden. Tegelijkertijd zien we dat mensen met dementie daar vaak veel weerstand tegen bieden, ze zijn bang. En dan is het mijn taak om dat idee in vraag te stellen: ‘moet een bad of douche eigenlijk elke dag? Of kan dat ook twee keer per week?’ Bij ons in het woonzorgcentrum laten we bewoners ook dolen als ze willen dolen. We gaan ze proberen begeleiden naar hun bed, maar als ze willen dolen, dan kan dat. Ook hebben we een aantal bewoners die in de zetel slapen. Zij hebben jaren thuis in de zetel geslapen en het is niet omdat ze bij ons in het woonzorgcentrum aankomen, dat zij in een bed moeten slapen. Zo’n verplichtingen zorgen alleen voor weerstand. Het gaat telkens opnieuw om respect, het kijken naar het levensverhaal van de persoon zelf. We moeten het gedrag leren begrijpen, kaderen en meeleven in de beleving van de bewoner.” 

Kan zo’n opleiding ook helpen om familie van een persoon met dementie te begeleiden? 

Vinci Van Roost: “Absoluut! Wanneer ik een gesprek aanga met de familie van een persoon met dementie, geef ik wat theorie en tips mee voor wanneer ze op bezoek komen. Zo is het bijvoorbeeld heel geruststellend voor een persoon met dementie om jezelf voor te stellen, elke keer dat je langskomt. Ik probeer families daarin ook mee te begeleiden.”  

Wat zijn de voordelen aan opleidingen blijven volgen als zorgprofessional tijdens de loopbaan? 

Leentje De Wachter: “Ik denk dat levenslang leren een noodzaak is. Inzichten en tendensen veranderen en dus ook wat goeie dementiezorg inhoudt. Wanneer je jezelf als zorgverlener blijft uitdagen en voeden, blijf je alert in een veranderend zorglandschap. We zien ook dat organisaties evolueren en anders beginnen kijken naar vormingen en opleidingen. Steeds vaker wordt er ingezien dat één vorming organiseren, niet duurzaam is, dat dat het probleem niet zal oplossen. Het is de taak van organisaties om levenslang leren warm te houden en medewerkers voldoende kansen te geven om zich te blijven vormen in goeie dementiezorg. Van basiskennis bij elke medewerker tot gespecialiseerde referentiepersonen dementie. Deze laatsten leiden vaak interne vormingen en zijn de ideale ambassadeurs en katalysators voor verandering op de werkvloer.” 

Vinci Van Roost: “Sinds ik referentiepersoon dementie ben, kom ik zelf met voorstellen om bepaalde vormingen te volgen. Waarom? Omdat ik na de opleiding ook gestart ben met het intern opleiden van mijn collega’s. Zo geef ik mijn kennis door en kunnen we samen heel concreet naar de problematieken in ons woonzorgcentrum kijken. Maar ook ik moet m’n informatie ergens halen en up-to-date blijven, ook ik wil levenslang blijven bijleren.” 

Voor meer informatie over de opleidingen van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen: vorming.dementie.be 

LEES OOK:

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

REACTIES